donderdag 20 maart 2008

Hugo Claus



Hugo Claus is dood. In een vroege versie van mijn roman Begeerte heeft ons aangeraakt citeerde ik een van zijn Oostakkerse gedichten. De scène waarin dat gebeurde haalde de roman niet,, maar ik citeer hem hier toch, als eerbetoon aan de Hugo Claus, die ik altijd zag als de grootste levende dichter. De grootste dode dichter is hij niet.

De oude Grieken hadden het makkelijk: zij hadden geen archeologie nodig om achter de waarheid te komen, mythologie volstond, want voor hen had muziek een goddelijke oorsprong. Goden en halfgoden, helden hielden zich ermee bezig met soms verbazingwekkende resultaten.

Hermes komt in Arcadië ter wereld en op zijn geboortedag steelt hij een kudde koeien van zijn halfbroer Apollo en verbergt die in de grot waarin hij het levenslicht heeft gezien. Hij wordt betrapt door de muziek die hij maakt op de door hem uitgevonden lier: de schild van een schildpad waarover hij snaren heeft gespannen van de darmen van een van de koeien die hij geslacht heeft. Apollo ruilt de lier voor de kudde. Later maakt Hermes van rietstengels een herdersfluitje.

Apollo krijgt kinderachtige trekjes krijgt als hij de strijd aangaat met een satyr. Deze Marysas vindt een fluit die door de godin Athene is gemaakt van het bot van een hert. Als ze er op speelt lachen andere godinnen haar echter stiekem uit en als ze daar achter komt, gaat ze naar een beek en speelt op de fluit. Dan ziet ze in de weerspiegeling van het water dat ze er tijdens het bespelen van haar instrument belachelijk en lelijk uitziet met grotesk opgeblazen wangen. Ze vervloekt het instrument en werpt het weg.

De arme Marysas vindt de fluit. Hij probeert erop te spelen en dat gaat eenvoudig, want de fluit is geïnspireerd door het spel van Athene. Enkele boeren horen hem spelen en complimenteren hem, volgens hen kan zelfs Apollo niet zo mooi muziek maken. Marysas spreekt hen niet tegen en dat schiet Apollo in het verkeerde keelgat: hij daagt de satyr uit tot een wedstrijd met als inzet dat de winnaar met de verliezer mag doen wat hij wil. Athena is scheidsrechter, niet geheel onpartijdig, natuurlijk. In het begin gaan de kemphanen gelijk op, maar dan laat Apollo horen dat hij zijn instrument ondersteboven kan bespelen en er nog bij kan zingen ook. Marsyas probeert hetzelfde met zijn fluit en dat levert verrassend experimentele klanken op, maar Appolo wint.

Apollo, de wolfsgod, wint vooral omdat hij meer status heeft dan Marysas. Het is de vergeefse wraak van de onmachtige oudere op de jeugdige met alle mogelijkheden. Apollo vilt Marysas levend en spijkert zijn huid vast op een pijnboom. In een gedicht las ik over het einde van Marysas dat hij sterft

Gepind als een vlinder
In een vlam van honger, in een moeras van pijn.
De vingernagels van de wind bereiken mijn ingewanden.
De naalden van ijzel en zand rijden mijn huid.
Mij heeft niemand meer genezen.
Doofstom hangt mijn lied in de hagen.

woensdag 19 maart 2008

Een kinderhand is gauw gevuld



Na een bespreking van de nieuwe roman van Rascha Peper, Vingers van marsepein stonden er enkele ingezonden brieven in de VPRO-Gids over de foto op het omslag.


De roman gaat over de zeventiende-eeuwse arts Frederick Ruysch, over wie Luuc Kooijmans de fenomenale biografie De doodskunstenaar schreef.


Op het omslag zien we een foto van een geprepareerde kinderhand die een ooglid vasthoudt. De foto is gemaakt door Rosamund Wolff Purcell en werd bij mijn weten voor het eerst gepubliceerd in een boek dat zij maakte met Stephen Jay Gould, Finders, Keepers; Eight Collectors (1992).


Het preparaat op de foto bevindt zich in Museum Boerhaave en is een bruikleen van Anatomisch Museum LUMC van de Leidse universiteit.
Overigens is dit preparaat niet van de hand van Ruysch, maar van zijn leerling Bernhard Siegfried Albinus.


In dezelfde collectie bevindt zich een soortgelijk preparaat van een kinderhand die de uitwendige geslachtsdelen van een vrouw vasthoudt dat wel door Frederick Ruysch is gemaakt. Inhoudelijk daardoor misschien toepasselijker, dit werk van de meester zelf, maar waarschijnlijk minder geschikt voor een omslag…

dinsdag 11 maart 2008

Vroeger




Van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007 hield ik op http://www.depapierenwereld.blogspot.com/ een weblog bij. Ik was daarmee begonnen naar aanleiding van een opdracht van het tijdschrift Rails. De redactie had me gevraagd een stuk te schrijven over 'literaire blogs' en ik wilde aan den lijve ondervinden of het moeilijk was om elke dag een vers stukje af te scheiden. Dat viel mee. Ik stopte destijds met De papieren wereld om meer tijd te hebben om mijn boeken te schrijven. Ik nam alles wat ik geschreven had mee het digitale graf in. In maart 2008 ben ik toch weer begonnen met bloggen, maar de oude stukken zult u vergeefs zoeken. Ik heb ze nog in mijn archief en misschien kan ik af en toe de verleiding niet weerstaan ze toch weer op te laten duiken.