vrijdag 24 april 2009

Enfin


Het al dagen elk moment gevreesde berichtje kwam iets na tienen. Te laat voor het Journaal, net op tijd voor een geïmproviseerd item in Nova en een eerste telefonische reactie bij Pauw & Witteman. Het Grote, Gretige Herdenken was begonnen. In één ogenblik zag en hoorde ik, als een tegenstribbelend orakel, krantenpagina’s die nog gedrukt moesten worden, televisieprogramma’s die nog opgenomen moesten worden, radio-items die nog uitgezonden moesten worden. De tafelheren, de gasten, de vrienden en collega’s. De lovende woorden, eindeloos herhaald. Leven en werk teruggebracht tot een handvol steekwoorden: Groningen, drank, coke, piano, gitaar, Parool, column, discipline, Volkskrant, rotonde, Blokker, chroniqueur, het alledaagse. En rokjesdag. Héél vaak rokjesdag. Als journalist ken ik de opwinding van de aangekondigde dood. Sinatra! Brood! Bernhard! De necro staat al maanden, zo niet járen klaar! Snel, commentaartje! Wie?! Adresboekje! Bellen! “Ik neem aan dat je al gehoord hebt dat… maar mogen we je om een reactie vragen?” Druk op de ketel, deadlines, journalistieke adrenaline, na afloop een biertje op de mooie uitzending / bijlage / pagina. Ik snap het best, neem niemand iets kwalijk. Al was het omdat ik mezelf er menig maal aan schuldig heb gemaakt. Desondanks deprimeerde het me nog voor het moest beginnen. Zoveel lawaai, zoveel woorden (ja, dit zijn er ook al weer 208) op een moment dat zo luid om stilte vraagt. Om de merel die kwettert, een brommertje dat knettert en was die klappert aan de lijn. Het alledaagse. Door die bril. Enfin.