zaterdag 11 april 2009

Hitler-ei


Mijn vader bewaart op zolder een schoenendoos met schamele herinneringen van zijn oorlogsjeugd. Bonkaarten, het kattebelletje dat mijn grootvader uit de gevangenis verzond (opa had een bevriend Duits echtpaar een ansicht van brandend Rotterdam gestuurd met een begeleidend schrijven dat niet erg hoog opgaf van het Derde Rijk. Ja ja: do ist der Banhof!), maar ook een setje, waarschijnlijk na-oorlogse spotprenten waarop Hitler en zijn belangrijkste trawanten enthousiast belachelijk worden gemaakt.
Ik vermoed dat daar de oorsprong ligt van een curieuze, om niet te zeggen controversiële familietraditie: het Hitler-ei. Ik kan me geen Paasontbijt herinneren waaraan het ontbrak. En ook mijn eigen kinderen herkennen de beruchte tronie inmiddels. Verstopt achter het loof van de rodondendron, in een rieten mandje tussen de eieren met bloem- of stippeltjesmotief, en tenslotte met een gebarsten schedeltje na een verloren wedstrijdje eiertje tik. De Führer met enkele pennenstreken op schaal teruggebracht tot spuuglok en borstelsnor. Hitler was zo’n vertrouwde gast aan de Paastafel dat ik mijn vader nooit gevraagd heb waarom dat hardgekookte morele koekoeksjong telkens weer opdook. Was het een bezwering, voodoo? Of een nooit gesleten oorlogsreflex? Nu de vraag zich eindelijk aandient, zit hij op het balkon van zijn Venetiaanse vakantieadres en heeft hij vast andere zaken aan z’n hoofd.
Mij rest voorlopig de familietraditie. Diagonale arcering op de punt van het ei, rechthoekje in het midden. Ja, Het Kwaad laat zich kinderlijk eenvoudig tekenen. Eitje, net wat u zegt.