
“Zeg, je gaat geen dure cadeaus voor Moederdag kopen, hoor. Dat moet je me echt beloven.” Mevrouw Goossens klonk alsof ze het echt meende en dan is het raadzaam niet tegen haar wensen, of het uitdrukkelijke gebrek daaraan, in te gaan. Maar Moederdag is een veelkoppig monster dat omzichtig en tactvol benaderd dient te worden om te voorkomen dat het je in de hand bijt. Zo moet de opmerking “Ach, Moederdag is uitgevonden door de commercie” niet automatisch worden opgevat als aansporing er dan maar helemaal niets aan te doen. De kans op zeer onaangename zondag vol lange gezichten en onuitgesproken verwijten is in dat geval niet ondenkbeeldig. Hetzelfde geldt voor de opmerking dat Moederdag een uitvinding van de nazi’s is. Los van het feit dat het niet waar is -het gezaghebbende ‘Nieuw lexicon van hardnekkige misverstanden’ gunt de eer aan de Amerikaanse predikantendochter Ann Jarvis- is zelfs Hitler in de regel geen valide reden Moederdag te negeren. Ja, noem het gerust een mijnenveld. De kunst is Moederdag in woord te negeren of zelfs belachelijk te maken, teneinde op de dag zelf alsnog uit te pakken. De vraag is alleen: hoe groot? Moet het gekookte eitje geserveerd worden op de bagagedrager van een met swarovski-kristallen bezaaide beach cruiser, of juist in een doosje waaruit je ceremonieel de laatste tuincentrumvlinder bevrijdt? Volstaat een bakje met aardbeien of dient er een volledig champagneontbijt opgediend te worden door twee gebeeldhouwde negers van bureau Blackpack? Kort gezegd: Was wil das Weib? Wisten we daar het antwoord op dan was het elke dag Moederdag.