vrijdag 12 juni 2009

Herrijzenis


De zesde mei is dit jaar nog nét niet geruisloos voorbij gegaan, maar het scheelde weinig. Op het Mediapark hadden zich welgeteld 35 trouwe aanhangers verzameld, goeddeels van de pathologische soort, en in Rotterdam stokte de teller bij 50. Dat het nog wat werd, daar bij het standbeeld van ‘Pim’, was te danken aan Appie Aboutaleb die lovende woorden sprak over Fortuyn. De ironie zal niemand zijn ontgaan. Intussen stond het Palazzo di Pietro te koop en deed Harry Mens in opdracht van een geheimzinnige onbekende z’n best om te voorkomen dar de boedel van Fortuyn, die bonte verzameling narcistische edelkitsch, versjacherd zou worden. ‘Pim’ was doder dan ie ooit geweest was. Maar vorige week geschiedde er een wonder: Fortuyn herrees uit de dood. Niet omdat de amateurcineast uit Venlo zichzelf tot zijn enige echte incarnatie kroonde, maar omdat Fortuyns voormalige politieke rivalen hem postuum de hemel in (of eigenlijk uit) prijzen. Balkenende ontpopte zich verrassend tot neo-Fortuynist, evenals scheidend wethouder Geluk van Rotterdam, óók CDA, die het electoraat zowaar opriep Leefbaar te stemmen. In het Parool van zaterdag schetst John Jansen van Galen een roerend portret van die ‘twinkelende’, ‘zelfrelativerende’, ‘gul lachende’, ja ‘geniale’ eenling Fortuyn. Zelfs de Volkskrant, die met Fortuyn destijds het bruine monster opnieuw de kop zag opsteken, sprak gisteren ineens lovend over de ‘vileine ironie’ van professor Pim. Eindelijk omarmd door de politieke en journalistieke elite. Als hij kon zou ‘Pim’ innig tevreden knorren in zijn Italiaanse praalgraf. En Wilders van harte bedanken voor dit onverwachte genoegen. At your service. Het kan verkeren.