
Vannacht weer badend in angstzweet wakker geworden uit een nachtmerrie over Agnes Kant. Haar beeltenis staat in mijn netvlies gekerft sinds het fractievoorzittersdebat van vorige week donderdag. Daarin verloor Agnes alle controle over zichzelf en ging ze tekeer als een dolgeworden rottweiler: dubbele rij tanden ontbloot, zwabberende lippen, manische ogen, een steeds schriller klinkende blaf. Naast haar zat zuster in het socialisme, Mariëtte Hamer, machteloos te wezen. Bibberend konijn, gevangen in het licht van een stroper. Alle anderen probeerden geforceerd luchtig de geest van Ad Melkert te verjagen, terwijl de aanstichter van dit alles, de amateurcineast uit Venlo, verbeten zijn verongelijkte mantra’s uitspuwde. Bepaald geen garantie voor een gezonde nachtrust, die beelden. Vooral omdat ze naar alle waarschijnlijkheid symbolische zullen blijken voor de twee jaar die ons van de volgende Kamerverkiezingen scheiden. Intussen blijft de PvdA volhouden dat ze de knock out van donderdag te danken hebben aan hun ‘te genuanceerde opvattingen over Europa’. Ik dacht zelf eerst dat het te maken had met de angstaanjagende visieloosheid van Wouter Bos, de zalvende multiculturele babbel van Ella Vogelaar, het onvermogen een antwoord te formuleren op de problemen veroorzaakt door massa-immigratitie, met het falend leiderschap van Mariëtte ‘Flappie’ Hamer, de JSF, het Europees referendum en het onderzoek naar Irak. Gelukkig weten we nu dat het daar allemaal niets mee te maken heeft. Ja, het zijn de nuances die de PvdA genekt hebben. Het is geruststellend te weten dat het de sociaaldemocraten wél lukt om rustig door te slapen. Is er na donderdag toch nog iets bij het oude gebleven.